BDF94074

Ga naar Golf K t/m Z 

{slider=Letter A}

{tab=Acceleratie}

Acceleratie slaat bij golf op de toenemende snelheid tijdens de downswing van de armen en de golfclub, dus de beweging naar de bal toe. Hoe hoger deze snelheid, des te verder je bal komt.......mits deze bal ook goed wordt geraakt.

{tab=Ace}

Een hole in one.

{tab=Achterdeur}

 Een bal die via de achterzijde van de hole in de hole rolt.

{tab=Actie}

Backspin op de bal.

{tab=Adresseren}

Adresseren van de bal is wanneer een speler zijn stand heeft ingenomen en zijn club op de grond heeft gezet.

In een hindernis is sprake van adresseren van de bal op het moment dat de speler zijn stand heeft ingenomen.

{tab=Advies}

Elke raad of suggestie die de manier van spelen, tactiek of de keuze van een bepaalde club  van een speler kan beinvloeden.

Opmerkingen over regels, hindernissen, green en vlaggenstok op de baan vallen niet onder "advies", omdat deze voor ieder waarneembaar zijn.

{tab=Afraid of the dark}

Een bal die juist voor de hole stopt (omdat deze bal bang is voor de donkere diepte).

{tab=Afslag}

Afslag vindt plaats vanaf de tee (ook wel tee-box genoemd) en is de eerste slag, welke voor de hole wordt gespeeld.

{tab=Afstand}

Afstand van een hole is het aantal meters tussen het punt bij de afslag van een hole en het punt, waar de hole wordt uitgeholed.

Afstand is het aantal meters, dat met een golfclub geslagen kan worden.

Afstand is het aantal meters tussen begin en einde van een golfbaan (golfcourse).

{tab=Afstandspaaltjes}

Afstandspaaltjes heten in het Engels "distance markers" en geven de afstand tot het midden van de green aan.

{tab=Afterswing}

De follow-through in de swing (de doorzwaai).

{tab=Airshot}

Indien bij een poging tot het slaan van de bal, deze volledig wordt gemist.

{tab=Afslagplaats}

Een rechthoekige strook gras, meestal iets verhoogd, aan het begin van de hole, vanwaar de eerste slag, de afslag, voor de hole wordt geslagen.

{tab=Agro golf}

Boerengolf.

{tab=Albatross}

Een uitgespeelde hole van "drie onder par" (Dubbel Eagle). Een hole-in-one op een par 4 of een hole-in-two op een par 5, ook wel double eagle genoemd.

{tab=Alignment}

Een punt bepalen naar welke richting je wilt dat de bal naar toe gaat (oplijnen).

{tab=All square}

Een gelijke stand bij een matchplay-wedstrijd. Als na 18 holes de stand nog steeds gelijk is wordt er net zo lang doorgespeeld totdat er een winnaar is.

{tab=Amateur}

Een golfer die geen geld verdient met het golfen en eveneens geen geld ontvangt voor het geven van instructies of voor vaardigheid of reputatie als golfer, tenzij dit volgens de Regels is toegestaan. De waarde van een gewonnen prijs mag niet meer bedragen dan £ 500. Dit geldt voor zowel contant geld als ook voor de winkelwaarde van de gewonnen prijzen.

{tab=Angel raper}

Letterlijk ‘engel verkrachter’ ofwel de benaming voor een niet goed, maar wel zeer hoge bal.

{tab=Approach}

Een shot naar (en op) de green, of vanaf de fairway een shot naar de dichtsbijzijnde green.

{tab=Apron}

Strook gras om de green, dat korter gemaaid is dan de fairway, ook wel voorgreen, fringe of collar genaamd.

{tab=Archaeopteryz}

Als je 15 of meer boven par slaat op een hole dan heet dit een Archaeopteryz.

{tab=Army golfer}

Iemand die golft en marcheert over de golfbaan en afwisselend zijn ballen links en rechts van de fairway slaat.

{tab=Arnie}

Een par slaan en daarmee de hole winnen met als bijzonderheid dat de bal niet op de farway mag liggen.

{tab=Attend the flag}

De vlag bewaken zodat je tegenstander/medespeler kan uitholen wanneer hij put.

{tab=Authorised}

Geautoriseerd iemand die erkend is door de R & A.

{tab=Away}

Dat is de bal die het verst weg ligt van de hole, welke meestal als eerste wordt gespeeld.

{/tabs}

{slider=Letter B}

{tab=Baan}

De baan is het gehele terrein waarop gespeeld mag worden. 

{tab=Baanpermissie}

Lokaal speelbewijs, afgegeven door de golfclub waar je speelt en is alleen geldig op die club.

{tab=Baanrecord}

Laagste notering van een score van een bepaalde golfbaan.

{tab=Back door}

Wanneer de bal wordt geput maar met een bocht aan de achterkant van de hole er in gaat.

{tab=Back Nine}

De negen holes (hole 10 t/m 18) die teruggespeeld worden naar het clubhuis.

{tab=Back side}

De laatste 8 holes van een achttien-holes baan.

{tab=Backspin}

Bepaald effect dat bij een slag aan de bal wordt meegegeven, waardoor de bal bij het landen, bv.op de green, de neiging heeft om snel te stoppen, danwel terug te rollen in de richting van de speler. 

{tab=Backswing}

De achterzwaai van een swing, dus van de bal af. 

Een basisregel is dat de backswing een keer zo rustig wordt gemaakt als de downswing.

{tab=Baffy}

Een andere naam voor een houten 4-5.

{tab=Bal}

Bal die voldoet aan de Regels van de Royal & Ancient.

{tab=Balata}

Balata ballen hebben een coating die gemaakt is van sap van een tropische boom. Balata ballen zijn zachter en over het algemeen aanzienlijk duurder dan andere ballen.

{tab=Bal bewogen}

Een bal wordt als "bewogen" beschouwd indien de bal van zijn oorspronkelijke ligplaats gaat en op een andere ligplaats komt te liggen.

{tab=Ballenspiraal}

Een ballenspiraal is een hulpmiddel dat sommige golfclubs gebruiken om te bepalen welke speler of groep spelers op de eerste tee mag afslaan. Het is een verticale stalen paal waaromheen aan de bovenkant een spiraalvormige constructie is gemonteerd.

Bij veel golfclubs kunnen spelers een starttijd reserveren, bij andere clubs wordt vaak gebruikgemaakt van een ballenspiraal die bij of op weg naar de eerste tee staat.

Per speler of 'flight' (groepje spelers) doet men een golfbal bovenin de spiraal. Deze rolt vanzelf naar beneden zodat zich onderin de spiraal een rij golfballen vormt. De groep die bij de onderste bal hoort is de eerstvolgende groep die op de eerste tee mag afslaan.

{tab=Bal i/h spel}

Vanaf het moment dat de speler op de afslagplaats een slag heeft gedaan op de afslagplaats is de "bal in het spel" tot het moment dat de bal is  uitgeholed, behalve als de bal als "verloren" of "out of bounds" moet worden beschouwd.Eveneens wanneer de bal is opgenomen of is vervangen door een andere bal. De vervangende bal wordt de "bal in het spel".

{tab=Ball mark}

Het marken van de bal als de bal wordt opgepakt van de fairway of de green.

{tab=Ball marker}

De bal een eigen identiteit geven zodat je altijd weet met welke bal je speelt.

{tab=Ball retriever}

Een verlengbaar apparaat dat wordt gebruikt om ballen uit het water en andere ontoegankelijke gebieden te halen.

{tab=Ball roundness gauge}

Een instrument dat wordt gebruikt om te meten of de golfbal goed rond is.

{tab=Balsnelheid}

Tiger Woods haalt met zijn driver zo’n 200 km/u. Jason Zuback, voormalig wereldkampioen ver slaan uit Canada, bracht het tot 270 km/u. Met zo’n snelheid vertrekt de bal van het clubblad met ongeveer 255 km/u. De gemiddelde professional op de tour haalt rondom de 180 km/u.

Als accuratesse belangrijker wordt dan afstand, daalt de snelheid.

Met een pitching-wedge ligt de gemiddelde snelheid om en nabij de 150 km/u.

{tab=Ball washer}

Een instrument om golfballen schoon te maken.

{tab=Balvlucht}

Het traject dat door de bal wordt afgelegd.

{tab=Banana ball}

Het slijten van de bal zodat de zijkanten er uit gaan zien als een banaan.

{tab=Bandit}

Wat wij een duikboot noemen, noemen Engelsen en Amerikanen een "bandit" ,ook wel een "shark" of "sandbagger" genoemd. Het tegenovergestelde van deze prijsvechter is de "pigeon", een speler die nooit (meer) zijn handicap haalt.

{tab=Bang}

Een verre bal vanaf de teebox.

{tab=Barkie}

Wanneer de bal een boom raakt maar de speler de hole nog steeds onder of par speelt (ook wel woodie genaamd).

{tab=Baseball grip}
Deze grip wordt ook wel palmgrip genoemd aangezien de club meer in de handpalmen ligt dan bij andere (grip-) variaties. Het heeft veel weg van de manier waarop een honkballer zijn honkbalknuppel vasthoudt.

{tab=Beach}

De zandbunker.

{tab=Beachparty}

Diverse ballen in één (zand-)bunker.

{tab=Bermuda}

Een grove grassoort die in warme klimaten/landen wordt gebruikt.

{tab=Bestbal}

Een partij waarin één enkele speler speelt tegen de beste bal van twee of drie andere spelers, die elk met hun eigen bal spelen.

{tab=Bewaken}

Een bal, welke op de green ligt, mag tijdens het putten de vlaggenstok niet raken. Om dit te voorkomen mag de speler aan een medespeler vragen de vlag te ‘bewaken’ .Onmiddellijk na het spelen van de bal wordt de vlag verwijderd.

{tab=Bezemsteelputter}

Een ‘bezemsteelputter’ is een verlengde putter waarvan de speler het uiteinde tegen de kin of het borstbeen houdt.

{tab=Big banger}

Een golfer die vanaf de tee mega ver kan afslaan.

{tab=Big Four}

De Big Four is de verzamelnaam voor de vier Majors: The Open, U.S. Open, PGA Championship en The Masters.

De Big Five is de toeristische fauna-attractie als je golft in Zuid-Afrika: olifant, neushoorn, leeuw, luipaard en buffel.

{tab=Big hitter}

Een golfer die met iedere club zijn bal mega / bovengemiddeld ver slaat.

{tab=Bird dog}

Een leuke naam voor een caddie.

{tab=Birdie} 

Een birdie is een score van 1 onder de par van een hole.

In Amerika kennen ze het gezegde 'a bird of a score ' voor een heel goede, maar wellicht eenmalige score. Als variatie hierop zei een zekere Ab Smith in 1903 toen hij zijn maat een bal zag slaan waarmee hij in een keer vlak bij de hole kwam ''That was a bird of a shot" .
Een paar greenkeepers en caddies hoorden dat en noemden in het vervolg zo'n mooie bal, waarmee je 1 onder par kunt lopen, een "Birdie".

{tab=Bite}

Het onmiddellijk stil liggen van de bal na het landen door back-spin. Wordt ook wel ‘Bite reverse spin’ genoemd en voorkomt het doorstuiteren van de bal na de landing.

{tab=Blade}

Het ijzeren deel van de club waarmee de bal wordt geraakt.

{tab=Blade shot}

Een slag met de rand van de club waardoor de bal gaat stuiteren in plaats van de lucht ingaat.

{tab=Blast}

Het materiaal wat je bij een slag, bijvoorbeeld uit de bunker, mee de lucht in slaat.

{tab=Blinde hole}

Een hole waarbij de green niet te zien is vanaf de afslagplaats.

{tab=Blinde slag}

Bij een blinde slag kan men de plaats waar de bal vermoedelijk zal gaan landen niet zien.

{tab=Block shot}

Wanneer een speler de bal laat slaat in zijn swing, wat een gevolg is van een te snelle draai. De bal zal niet naar het doel gaan.

{tab=Bogey}

Een score van 1 boven de par van de hole.

De term bogey is afkomstig van de Schotse kwelgeest Bogl en werd gegeven aan een speler die rond 1870 een score maakte gelijk aan de "ground score", wat we nu 1 boven par zouden noemen.Zo'n topper werd een Mister Bogey genoemd.

{tab=Bogey golfer}

In algemeen spraakgebruik is een bogey-golfer een speler met een handicap van 18 en die een ronde maakt van 90 slagen en dus op elke hole een bogey heeft.

Een ‘bogey-golfer’ heeft ook een speciale betekenis  als een belangrijke uitdrukking in de USGA’s golf course rating systeem voor handicaps.

{tab=Bolling}

De bolling (ronding) van het slagvlak van een driver , welke loopt van hiel naar punt, zit daar om de club extra snelheid te geven - de omwentelingskracht waardoor een bal als het ware wegdraait van de richting waarin de clubkop beweegt.

{tab=Boss of the moss}

Een golfer die zeer goed put.

{tab=Bounce}

Houd een sandwedge omhoog en laat hem verticaal hangen.

Het laagste punt van de club is niet de onderrand, zoals bij de meeste ijzers, maar de achterkant van de zool.

De hoek tussen dit punt en de onderrand is de ‘bounce’.

{tab=Brassie}

Een andere naam voor een houten-2.

{tab=Break}

De afwijking die de bal heeft tijdens het putten, meestal veroorzaakt door een glooiing in de green.

{tab=Bruto score}

De score van een speler na de wedstrijd. Het totaal aantal slagen zonder handicap-verrekening.

{tab=Buggy}

Elektrisch voertuig (klein) om golfers te vervoeren.

{tab=Buiten de Baan}

Situatie waarbij de bal buiten de golfbaan terecht komt. De bal is dan Out of Bounds.

{tab=Bulldog}

De oude naam voor een houten-4.

{tab=Bunker}

Een met zand of ander materiaal gevulde kuil, geplaatst op de fairway of dicht bij de green.

{tab=Bus}

Een veel te langzame put, die de hole zeker nooit zal gaan halen (zo traag als het openbaar vervoer).

{tab=Buy out  stroke}

Het nemen van een strafslag om het spel voort te kunnen zetten. , 

{tab=Buzzard}

Buzzard betekent buizerd. Een double bogey (2 boven par).

{tab=Bye}

Een bye staat voor een vrije (matchplay-) ronde, omdat de tegenstander niet is komen opdagen.

Een bye staat ook voor het aantal holes dat men niet meer hoeft te lopen als men tijdens een matchplay voor de 18e hole al heeft gewonnen.

{/tabs}

{slider=Letter C}

{tab=Caddie}

De caddie is de persoon die verantwoordelijk is voor het dragen van het materiaal van de speler, o.a. de golftas met clubs. De caddie mag advies geven aan de speler.
Het Engelse woord caddie of caddy komt van het Franse woord "le cadet", wat jongen, junior of minderjarige betekent. Eerst in 1634 duikt dit woord op in de Engelse taal.

{tab=Caddiemaster}

De baas van de caddies.Op clubs waar geen caddies (meer) zijn is het de naam van de persoon die de (gast)spelers ontvangt.

{tab=Cart}

Een buggy die wordt gebruikt om jezelf en je uitrusting over de baan te vervoeren.

{tab=Cart fee}

Het bedrag dat je moet betalen voor de huur van een buggy.

{tab=Cart path}

Buggy’s mogen niet over de green rijden en op bepaalde delen van de fairway, daarom zijn er speciale paden voor aangebracht.

{tab=Carry}

De afstand die de bal door de lucht aflegt.

{tab=Casual water}

Tijdelijk water. Dit water is niet bedoeld als waterhindernis, maar ligt er bijvoorbeeld doordat het geregend heeft.

{tab=Cavity Back Design}

IJzers met een uitgeholde rug. Deze ijzers zijn meer vergevingsgezind en geven eveneens een langere afstand indien de bal niet exact goed geraakt wordt dan ijzers met een massieve rug.

{tab=Championship}

Toernooien welke geregeld zijn door een golfinstantie welke erkend zijn door de R & A of NGF.

{tab=Chili Dip}

Een slag waarbij de bovenkant van de bal wordt geraakt door de onderkant van de club en de grond achter de bal wordt geraakt. De bal komt nauwelijks in beweging en zal slechts enkele meters verplaatst worden.

{tab=Chip en run}

Een korte slag in de buurt van de green waarbij de bal slechts kort door de lucht gaat en lang doorrolt naar de vlag.

{tab=Chip shot}

Een chip met toepassing van een bepaalde spin over korte afstand naar de green/hole.

{tab=Chipping iron}

Een ijzer om mee te chippen.

{tab=Choke}

Choking is wat iedere golfer, zelfs de grootste golfers op een of ander moment doen als gevolg van de stress die in een toernooi optreedt. De slagen worden niet op de juiste manier geslagen en er worden domme beslissingen genomen.

{tab=Chunk}

Een shot waarbij de club eerst de grond raakt voordat hij de bal raakt. De afstand wordt hierdoor enorm verkort.

{tab=Cleek}

Een golfijzer wat in de huidige tijd het meest geassocieerd wordt met het ijzer-1. Er waren ook variaties zoals de wooden-cleek en de putting-cleek.

{tab=Close clubface}

Gesloten clubblad. Bij het adresseren en/of de slag staat het clubblad niet recht op het doel gericht maar wijst iets naar binnen (andersom voor linkshandige spelers). Dit resulteert meestal in een hook of een draw.

{tab=Closed stance}

Gesloten stand. Het lichaam staat gesloten ten opzichte van het doel. De linker voet staat teveel naar voren en recht naar achter (voor linkshandige spelers juist andersom). Het resultaat zal over het algemeen een draw zijn.

{tab=Club}

Een club is een verkorte aanduiding voor een golfclub (golfijzer) maar kan ook de betekenis hebben van de organisatie van de club in het algemeen.
1 clublengte verschil staat voor 10 tot 15 meter verschil.

{tab=Clubs}

De ijzers en woods die een speler gebruikt bij het golfspel.Maximaal mag iedere speler 14 clubs meenemen op de baan tijdens een wedstrijd.

{tab=Clubfitting}

Het op maat aanmeten van golfclubs.

{tab=Clublengte}

De lengte van de golfstok.

{tab=Chip}

Een chip is een korte, lage slag.

{tab=Chipping green}

Plaats bij een golfclub waar spelers hun chips kunnen oefenen op een echte green.

{tab=Collar}

De collar is de chique benaming van de voorgreen, apron of fringe. Het is het stuk gras dat korter gemaaid is dan de fairway, maar niet zo kort gemaaid is als de green.

{tab=Condor}

Een score van 4 onder de par van de hole, ook wel triple-eagle genoemd.

{tab=Competitior}

De term competitor wordt gebruikt voor een speler in een stroke-play wedstrijd.Een mede-competitor is iedere andere speler waarmee deze competitor  speelt.

{tab=Commissie}

De commissie stelt het wedstrijdreglement vast en is als zodanig belast met de leiding van de wedstrijd. Buiten de wedstrijden om is het de instantie die verantwoordelijk is voor de baan.

{tab=Compressie}

Compressie is de hardheid van een bal. Harde ballen gaan verder, maar zijn minder goed te sturen.

{tab=Concurrenten}

Bij stroke play worden de flight-genoten concurrenten genoemd. Een geestig semantisch verschil met match play, waarbij de flight-genoten opponenten worden genoemd.

{tab=Course management}

Het bepalen van de strategie en de tactiek op de baan bij het spelen van een ronde.

{tab=Courtse Rating}

Course Rating is een beoordeling van de moeilijkheidsgraad van de baan voor een 0-handicap-speler, onder normale baan- en weersmstandigheden. en wordt uitgedrukt in het aantal benodigde slagen tot op één decimaal nauwkeurig.De Course Rating is afhankelijk van o.a. de lengte van de baan en de hindernissen, die de score van een 0-handicap-speler zou kunnen beinvloeden.

{tab=Cup}

De plastic koker in de hole waarin de vlaggenstok staat en waar uiteindelijk de bal in moet belanden. Ook de hole zelf wordt zo genoemd.

{tab=Cut}

Een schifting van het aantal spelers. Op basis van de score van de eerste twee speeldagen wordt bepaald wie doordringen tot de twee laatste speeldagen van een golftoernooi. Men spreekt over het halen van de cut.

Dit is bedoeld om het aantal spelers terug te brengen tot een vooraf bepaald maximum aantal.

{/tabs}

{slider=Letter D}

{tab=Daisy cutter}

Een harde laag geslagen bal die rakelings over de grond scheert en een potentieel gevaar is voor overstekende hazen en konijnen (ook wel rabbit fucker, hazenneuker, worm burner, lizard killer genaamd).

{tab=Dead wrists}

Men speelt met dead wrists als de polsen tijdens de swing niet worden gebruikt, zoals bij de korte slagen rondom en op de green.

{tab=Devil’s Asshole}

De extreem kleine bunker op hole 10 (par 3) van Pine Valley Golf Club.

{tab=Digger}

Je hebt diggers en pickers. Diggers zijn spelers die bij elke slag een flinke plag (divot) uit de grond slaan en pickers zijn spelers die alleen de bal raken.

{tab=Dip}

Met een mooie boog je bal in het water slaan (vaak raak je dan in een dip).

{tab=Dimple}

De meestal ronde deukjes in de buitenmantel van de golfbal.

{tab=Directionele flag}

Een directionele flag is een vlag die de richting aangeeft waarheen je moet slaan.

{tab=Ditch}

Natte en droge greppels tellen als hindernis,deze heten ditch.

{tab=Divot}

Plag. Een stuk gras dat men bij een slag uit de grond slaat.

{tab=Dodo}

Een albatros, double eagle, 3 onder par.

{tab=Dog-leg}

Een linkse of rechtse bocht in de fairway.

{tab=Dolly Parton}

Een bal die een heel rondje over de rand van de cup maakt en dan pas in de hole rolt; de bal gebruikt dan dus de hele cup.

{tab=Doorboord}

Bij de fabricage van clubs wordt de shaft zo diep in de hals bevestigd dat het uiteinde ongeveer ter hoogte van de bovenkant van het clubhoofd zit. Bij een ‘doorboorde‘ club loopt de shaft helemaal door tot in de zool.

{tab=Door de baan}

Hiermee wordt het volledige terrein van de hole bedoeld tussen afslagplaats en green met uitzondering vanalle hindernissen op de baan. Afslagplaats en green maken geen deel uit van 'door de baan'.

{tab=Dormie}

Stand tijdens een matchplay-wedstrijd, waarin de achterstaande speler verder alle holes moet winnen om nog gelijk te kunnen eindigen.

{tab=Double Chen}

Als je bij het rustig chippen je bal twee keer in één slag raakt; vernoemd naar golfer T.C. Chen die er één sloeg tijdens de US Open van 1985 toen hij nota bene aan de leiding stond.

{tab=Downswing}

De downswing is dat gedeelte van de backswing waarbij het clubblad in de richting van de bal beweegt. De backswing bestaat dus uit de upswing en de downswing en vervolgens heb je nog de follow trough, ofwel de doorzwaai.

{tab=Down the road}

Als je de cut hebt gemist en terug naar het clubhuis kunt.

{tab=Draw}

Als de bal bewust met effect van rechts naar links wordt gespeeld (uitgaande van een rechtshandige speler).
De bal krijgt wat topspin waardoor hij verder zal doorrollen dan een neutraal geslagen bal of een bal met fade of slice.

{tab=Driebal}

Een matchplay-wedstrijd waarin drie spelers tegen elkaar spelen, ieder met zijn eigen bal. Elke speler speelt dan twee afzonderlijke partijen tegen de beide andere spelers.

{tab=Drive}

Een drive is in de golfsport een slag vanaf de tee, de eerste slag op een hole.

{tab=Driver}

De driver is de club voor de langste slag en wordt meestal voor de afslag gebruikt voor zoveel mogelijk lengte.

{tab=Driving Iron}

Driving Iron is een ijzeren-club- nummer 1.

{tab=Driving Range}

Terrein of gebouw welke gebruikt wordt voor het oefenen van de slagen.

{tab=Dropkick}

Als je met je driver of wood eerst de grond raakt en dan pas de bal. (Afgeleid van de gelijknamige voetbalterm; ook wel bekend als scuff en baff).

{tab=Droppen}

Het opnieuw in het spel brengen van de bal door deze vanaf schouderhoogte te laten vallen.

{tab=Dubbel Bogey}

Een Dubbel Bogey is een score van 2 slagen boven de par van de hole.

{tab=Dubbel D}

Dubbel D staat bij golf niet voor een bh-maat, maar voor twee keer een slag met je driver, eerst vanaf de tee en vervolgens vanaf de fairway. Er zijn maar weinig spelers die dit aandurven.

{tab=Dubbel Eagle}

Een Dubbel Eagle is een score van 3 slagen onder de par van de hole (Albatross).

{tab=Duckhook}

Een scherp van rechts naar links draaiende (vaak lage) bal (gezien vanuit een rechtshandige golfer).

{tab=Duffer}

Een zeer slechte golfer (ook wel hacker: een hakker).

{tab=Duikboot}

Een golfer met een ‘verkeerde’ (lees: te hoge) handicap.

{/tabs}

{slider=Letter E}

{tab=Eagle}

Een Eagle is een score van 2 slagen onder de par van de hole.

{tab=Eclectique}

Een 18-holes wedstrijdvorm gespeeld over een langere periode, waarbij aan het eind van de periode de score van de speler bepalend is voor de einduitslag. Dus de beste score op hole 1, op hole 2 enz. enz.

{tab=Eer}

Een speler heeft de "eer" als deze speler op de eerstkomende hole als eerste mag afslaan. Deze speler heeft dan de "eer".

{tab=Elevatie}

Bedenk dat als het regent je altijd moet afslaan met een droge bal omdat een natte bal minder elevatie (omhoog wil gaan) heeft en eerder de neiging heeft naar beneden te duiken. Droog sowieso altijd de bal en de club af voordat je gaat slaan.

{tab=Etiquette}

(Niet afdwingbare) regels welke betrekking hebben op het gedrag van een speler in de baan.Overtreding van deze regels levert geen strafslagen op, wel kan men gediskwalificeerd worden wegens wangedrag.

{tab=Europese PGA Tour}

De Europese toernooiencyclus voor professionele golfspelers.

{/tabs}

{slider=Letter F}

{tab=Face}

Het gedeelte van de club waarmee de bal wordt geslagen. Het slagvlak.

{tab=Face-balanced}

Bij een ‘face-balanced’ –putter is de shaft ingebracht tot voorbij het zwaartepunt van de putter. Een dergelijke putter heeft minder de neiging tot draaien tijdens het raken van de bal, verdoezelt kleine foutjes en zorgt voor een goed balcontact.

{tab=Fade}

Als de bal bewust met effect van links naar rechts wordt gespeeld (uitgaande van een rechtshandige speler).

{tab=Fairway}

Een fairway is dat deel van de golfbaan dat goed onderhouden is.

{tab=Fairway wood}

Een metalwood of houten, wordt gebruikt om lange afstanden te overbruggen.

{tab=Fat shot}

Een ‘fat shot’ is een shot wanneer de club van de golfer eerst de grond raakt voordat de club contact maakt met de bal.

{tab=Finish}

De eindpositie van de swing als je de bal hebt geslagen.

{tab=Flagstick}

Vlaggenstok. Geeft de plaats aan van de hole op de green.

{tab=Flex}

De mate van flexibiliteit of de graad van stijfheid van de shaft (steel) van de golfclub.

{tab=Flight}

Een groepje spelers (2 tot 4) die samen een rondje lopen in een wedstrijd.

{tab=Flop shot}

Een shot waarbij de bal zo hoog mogelijk over een obstakel wordt gespeeld.

{tab=Flub}

Een flinke misslag die doorgaans na een paar meter al eindigt.

{tab=Foozle}

Een slecht en onhandig geslagen bal.

{tab=Fore}

Waarschuwing die geroepen wordt wanneer u ziet dat een door u geslagen bal mogelijk gevaar kan opleveren voor andere personen op de baan.

De term "Fore" duikt in 1881 voor het eerst op in de golfgeschiedenis. Deze afkorting is afkomstig van de militaire uitdrukking "beware before": soldaten moesten zich er van bewust zijn dat er ook van achter hun linie geschoten kon worden. Dan volstaat het niet om je handen over je hoofd te vouwen; plat op de grond gaan liggen is dan het devies.

{tab=Forecaddie}

Een forecaddie is een persoon die de spelers tijdens het spel wijst waar hun ballen liggen. De forecaddie wordt aangesteld door de Commissie.

{tab=Foregreen}

Het rondom de green korter gemaaide gras dan de fairway, maar niet zo kort gemaaid als de green, ook wel fringe, voorgreen, apron of collar genaamd.

{tab=Four-ball}

Wedstrijdvorm waarbij gespeeld wordt met twee teams bestaande uit twee spelers. Per team wordt per hole de beste score gehanteerd als team-score.

De spelers moeten om beurten afslaan van de afslagplaatsen en om beurten slaan bij het spelen van de hole.

{tab=Foursome}

Foursome is een partij waarbij 2 spelers spelen tegen 2 andere spelers en waarbij iedere kant maar met één bal speelt. De spelers moeten om beurten afslaan van de afslagplaatsen en om beurten slaan bij het spelen van de hole.

{tab=Free drop}

De bal opnieuw in het spel brengen door middel van een vrije drop (zonder strafslag).

{tab=Free relief}

Wanneer moet je op 1 clublengte droppen en wanneer op 2 clublengtes?

In het algemeen geldt: als het om een "free relief" (onvoorziene omstandigheden die om een eenvoudige oplossing vragen) gaat het om 1 clublengte.

Dit in tegenstelling tot een "penalty drop" omdat je de bal onspeelbaar hebt verklaard of in het water hebt geslagen, dan gaat het om 2 clublengtes.

{tab=Fried egg}

Letterlijk ‘spiegelei’, een in de bunker half ingebedde bal wat lijkt op een spiegelei.

{tab=Fringe}

De iets minder kort gemaaide grasrand rond de green, ook wel voorgreen, apron of collar genaamd.

{tab=Frog hair}

Het kortgemaaide gras rondom de green.

{tab=Front Nine}

De 9 holes, holes 1 t/m 9, die van het clubhuis afgespeeld worden.

{/tabs}

{slider=Letter G}

{tab=Gap Wedge}

Club met een grote loft (tussen sandwedge en lobwedge in) waarmee de bal over korte afstand hoog door de lucht kan worden gespeeld.

{tab=Gilligan}

Spelvorm waarbij je medespeler die een goede afslag slaat verplicht opnieuw moet afslaan; de omgekeerde (‘floating’) Mulligan dus in principe.

{tab=Gimme}

Een term die in matchplay wordt gebruikt voor een bal die zo dicht bij de hole ligt, dat deze niet meer hoeft te worden uitgeholed.Of een bal een "gimme" is, wordt bepaald door de tegenstander.

{tab=Golfiana}

Golfsouvenirs, golfantiquiteiten en golf memorabilia.

{tab=Golfprofessional}

Een golfprofessional is een golfleraar of iemand die het golfen als zijn beroep heeft en daaruit inkomsten geniet.

{tab=Golfwidow}

De vrouw van een golfaholic. Een aan golf verslaafde golfer.

{tab=Go to school}

Het leren van een vrijwel vergelijkbare putt van je medespeler (rol, puttinglijn, grain).

{tab=Grain}

De richting waarin de individuele grassprieten van de green groeien of liggen, de zgn. vleug.

{tab=Grand Slam}

De vier belangrijkste toernooien, British Open, US Open, de Masters en PGA Championship.

{tab=Gras}

Zie voor de verschillende soorten gras het onderdeel ‘Baanonderhoud’ op deze website.

{tab=Gravend dier}

Een gravend dier is volgens de Regels een dier dat een hol graaft om in te wonen of te schuilen, zoals een konijn, mol, woelrat en dergelijke.

{tab=Green}

Dat deel van de hole/baan waar het gras tot op een paar millimeters is gemaaid. Op de green bevindt zich het doel waar naar toe gespeeld dient te worden: de hole (het gemarkeerde punt met de vlag).

{tab=Greenfee}

Het bedrag dat aan een club betaald moet worden voor het gebruik van de baan door een speler, die geen lid van de club is.

{tab =Green in regulation}

Wanneer de bal op de green gespeeld wordt zodat er nog minimaal twee slagen overblijven om te putten en op die manier de hole in par te spelen.

{tab=Greenkeeper}

Een aanduiding voor de persoon die de golfbaan onderhoudt.

{tab=Green lezen}

Het inschatten welke richting de bal moet gaan om zo dicht mogelijk bij de hole te komen of nog liever in de hole te verdwijnen.

{tab=Greensome}

Wedstrijdvorm waarbij twee teams van elk twee spelers tegen elkaar spelen. Beide spelers van elk team slaan af en kiezen vervolgens één bal waarmee om en om de hole wordt uitgespeeld. Vanaf het beste resultaat wordt om beurten verder gespeeld.

{tab=Grinder}

Een golfer die zich zeer goed kan concentreren op de golfbaan en zich nagenoeg niet laat afleiden.

{tab=Grip}

Het handvat, meestal van kunststof, van de club.

Maar ook de manier waarop een speler zijn golfclub vasthoudt. Zie baseball-, interlocking-, overlapping- en vardon-grip.

{tab=Groeven}

Groeven in het clubblad bewijzen hun nut vooral bij slagen vanuit de rough of van plaatsen waar zich bij het slaan materiaal tussen club en bal bevindt.

Bij onderzoek is gebleken dat bij een perfecte ligging van de bal op de fairway er geen verschil in prestatie is tussen gegroefde en gladde ijzers.

{tab=Gunshot}

Wedstrijd waarbij de spelers op alle achttien holes gelijktijdig starten. Een voordeel hierbij is dat alle spelers weer bijna op dezelfde tijd terugkeren in het clubhuis.

{tab=GUR}

Ground Under Repair ofwel grond in bewerking. Hiermee wordt bedoeld ieder onderdeel van de baan dat door de Commissie als grond in bewerking is aangeduid.

Ook het voor verwijdering opgehoopt vuil of een door het baanpersoneel gegraven kuil valt hieronder.

Het gebied wordt gemarkeerd met blauwe paaltjes. Als de bal in de GUR ligt, mag dit gebied worden ontweken zonder straf (vrije drop).

{tab=Gutta}

De bal van guttta, of guttapercha, was gemaakt van het melksap van een Maleisische gomboom.

{tab=Gutty}

Een vaak machinaal vervaardigde bal, die gemaakt was van guttapercha, gemalen kurk, metalen vulsel, leer en een kleefmiddel.

{tab=GVB}

GVB is het GolfVaardigheidsBewijs. Dit is noodzakelijk voordat je in Nederland op de meeste golfbanen mag golfen.

{/tabs}

{slider=Letter H}

{tab=Hacker}

Een hacker of hakker op de golfbaan bakt er helemaal niets van en staat maar wat in de grond te hakken. Een golfterm met een negatieve lading, vaak als scheldwoord gebruikt.

{tab=Halved}

Term welke in matchplay wordt gebruikt, wanneer de spelers op een hole dezelfde score hebben gehaald.

{tab=Handicart}

Een handicart of een golfbuggy is een klein voertuig, welke gebruikt wordt bij het spelen van golf.

{tab=Handicap}

De handicap van een bepaalde speler is mede bepalend voor het aantal slagen (strokes) dat deze speler mag aftrekken van zijn werkelijke score op een hole, waardoor deze speler op het niveau en de score van een          0-handicap-speler zou uitkomen.

De handicap bepaalt dus het niveau van de speler.

Een toekenning van slagen voor één of meer holes, die twee golfspelers van heel verschillend niveau, in staat stelt om even slecht of goed te scoren op dezelfde baan.

{tab=Haskell}

Een golfbal die bestond uit een massieve kern omwikkeld met elastiek in een huls van guttapercha.

{tab=Hazard}

Technisch gezien vallen op een golfbaan alleen de waterhindernis en een bunker onder de term ‘hazard’.

{tab=Hazenneuker}

Een harde laag geslagen bal die rakelings over de grond scheert en een potentieel gevaar is voor overstekende hazen en konijnen (ook wel rabbit fucker, worm burner, lizard killer, daisy cutter genaamd).

{tab=Headcover}

Hoes voor een houten stok of voor een putter.

{tab=Herstelslag}

De herstelslag is de slag waarmee je wedstrijden wint!

Het is de slag van een ongewenste positie naar een goede positie, dus bijvoorbeeld van de rough naar de fairway of naar de green.

{tab=Hiel}

Het deel van de golfclub waar de shaft op het clubhoofd aansluit. 

{tab=Hindernis}

Een hindernis kan een bunker of waterpartij op de baan zijn.

{tab=Hitler}

Twee shots uit een bunker of voor een bal die niet uit de bunker komt.

{tab=Hitter}

Een golfer die (vaak met te veel kracht) slaat naar de bal.

{tab=Hole}

De term hole gebruiken we voor de afstand van tee tot green én voor het kleine putje onder aan de vlag op de green, waarin uiteindelijk de bal geput moet worden.

De hole heeft sinds 1891 een doorsnee van 4,25 inches (circa 10,88 cm) en een minimale diepte van 4 inches (circa 100 mm). 

De doorsnee is destijds ontstaan op die eerste wedstrijdbaan, omdat de greenkeeper de holes maakte met een conservenblikje.

{tab=Hole-in-one}

Een geslagen bal die met één slag van de afslagplaats rechtstreeks in de hole belandt. Een hole-in-one wordt ook wel een ace genoemd. Een hole-in-one op een par 4 is ook een albatros.

De kans dat men een hole-in-one slaat wordt geschat op 1 op 33.000.

{tab=Hole uitgespeeld}

De hole is uitgespeeld zodra de speler de bal in de hole heeft geslagen (geput).

{tab=Honkbalgrip}

De honkbal- of tienvingergrip. De grip maakt het eenvoudiger om met de rechterhand ‘door de bal’ te slaan, met meer afstand als resultaat en kan ook van dienst zijn als u slicet. De grip is echter minder geschikt voor nauwkeurig spel, omdat de rechterhand te actief kan worden waardoor het slagvlak bij het raken van de bal gesloten wordt.

{tab=Hook}

Een bal die zo geslagen wordt, dat hij door zijdelingse spin een bocht of een curve maakt van rechts naar links bij een rechtshandige speler en bij een linkshandige speler van links naar rechts.

{tab=Horseshoe}

Letterlijk ‘hoefijzer’, een bal die zo’n 180 graden (halve ronde) om de hole draait en niet in de hole valt, wat vaak leidt tot grote frustratie en onzekerheid.

{tab=Hosel}

Het holle gedeelte van de kop van een golfclub waarin de shaft (steel) bevestigd wordt.

{tab=Hoseling}

Het overgangsgebied tussen slagvlak en hosel. Als de bal daar wordt geraakt dan gaat de bal extreem naar rechts en blijft heel laag. Ook wel ‘socketing’ of  ‘shank’ genoemd.

{tab=Houten}

IJzers (stokken) voor lange slagen. Vroeger was de kop ervan gemaakt van hout (wood). Tegenwoordig heeft zo'n club een head van 460 cc. en is gemaakt van allerlei sterke doch lichte glasvezels en titanium.

{tab=Hustler}

Een duikboot, dus een golfer met een ‘verkeerde’ (lees: te hoge) handicap.

{/tabs}

{slider=Letter I}

{tab=IJzer}

Stokken waarvan de clubbladen zijn gemaakt van metaal.

{tab=Impact}

Het moment waarop het slagvlak van de club de bal raakt. Op dit moment moet de swingsnelheid op zijn top zijn.

{tab=In}

De tweede negen holes (10 t/m 18) op een achttien-holes-baan.

{tab=Inertie}

Het overbrengen van de kracht van het clubblad op de bal.

{tab=Insert}

De zachte bekleding die een vlak vult op het slagvlak van de putterkop.

{tab=In regulation}

De term die gebruikt wordt wanneer een speler de bal in één slag op de green heeft geslagen op een par-3 hole, in twee slagen op een par-4 hole en in drie slagen op een par-5 hole.

{tab=Interlocking grip}

De pink van de onderste hand is tussen de wijsvinger en de middelvinger van de bovenste hand geklemd. Door dit klemmen vormen de handen een compact geheel.

{tab=Invitational}

Een toernooi zonder open inschrijving, maar waarbij de spelers enkel op uitnodiging mogen meedoen.

{/tabs}

{slider=Letter J}

{tab=Jezusbal}
Een bal die vele malen op het water stuitert maar –als een wonder- wel de overkant van de waterhindernis haalt.

{tab=Jungle}
De zeer zware rough.

{/tabs}

{/sliders}

 Ga naar Golf K t/m Z

 

Informatie

Golfweb-advertising

Valeriaan 6
4421 ME Kapelle
KvK 22059749
 

Buienradar

{source}
<a href="http://www.buienradar.nl" target="_blank"><img border="0" src="http://m.buienradar.nl/"></a>
{/source}

Routeplanner

Volgons